Zee klapt over Rottumeroog

15 maart 2012

Zee klapt ook over Rottumeroog

gevolgd door Rottum groeit

 

Door Ineke Noordhoff

Foto Henk Postma

Gepubliceerd in Trouw 15 maart 2012

 

Ook Rottumeroog heeft afgelopen winter een flinke gedaantewisseling ondergaan. Nadat de Stichting Verdronken Geschiedenis zaterdag ontdekte dat Simonszand in zee verdwijnt, trokken gisteren de Vrienden van Rottumeroog aan de bel omdat ook dit eiland in twee stukken uiteen gevallen zou zijn. Egge Knol, conservator van het Groninger Museum zag met eigen ogen dat Rottumeroog ‘een goeie knal heeft gehad’. Het onderkomen van de vogelwachten ligt nu ‘dichterbij zee dan je zou willen’.

Boswachter Bert Corté van Staatsbosbeheer is net vijf dagen op Rottumeroog geweest en relativeert de verontrusting van de Vrienden. Elke winters zijn er wash-overs, dan spoelt het zeewater over de duinen. Afgelopen winter was het een paar keer flink hoog tij. Zeker als bij Noordwester storm de Duitsers in de Dollard de stuw dichtdoen om droge voeten te houden, loopt de waterstand rond Rottum hoog op, weet Corté. Dan vloeit het water wel eens over het eiland en dat is deze winter met zijn vele stormen diverse malen gebeurd. Bij eerste beschouwing ziet dat eruit alsof het eiland deels is weggespoeld, maar volgens Corté trekt dat snel weer bij: de duinvegetatie groeit weer aan en het zand komt achter de duinen in de kwelders terecht ‘dus dat is niet weg’. Het zand van de wash-over helpt het eiland aan de wadkant te groeien. Afgelopen jaren groeide Rottumeroog zo met jaarlijks vijftig meter of meer aan de zuidkant en nadert het eilandje een andere zandplaat, de Zuiderduintjes.

Ook aan de westkant doet de dynamiek van de Wadden zich voelen: daar wordt de geul (Het Schild) steeds ondieper waardoor Rottumeroog en Rottumerplaat op den duur aan elkaar vast kunnen groeien. Als Rottumeroog aan het zuiden en westen vastgroeit aan de buurplaten ontstaat een volwaardig nieuw Gronings waddeneiland met een kop, een staart en een hele duinboog. Door het verdwijnen van Simonszand ontstaat op termijn westelijk ervan een groot zeegat met buitendelta die luwte en zand levert aan dit nieuwe eiland.

Een groot Rottumeroog kan een rol spelen bij de kustbescherming. Met de zeespiegelstijging en het extremere weer biedt een sterke eilandstrook voor de kust het vasteland bescherming. Albert Oost Waddengeomorfoloog bij Deltares en Fysische Geografie van de Universiteit Utrecht pleit er daarom voor om het dichtslibben van Het Schild een handje te helpen met zandsuppleties.

Rottum groeit

Trouw 13 maart 2012



Ondergang Simonszand geeft Rottum toekomst

Door Ineke Noordhoff

Gepubliceerd in Trouw 13 maart 2012

Foto Henk Postma

Komende weken kan de kaart van het Waddengebied herschreven worden omdat wind, water en zand zich met grote kracht een nieuwe weg aan het banen zijn. Simonszand verdrinkt, zo stelde de expeditie van de stichting Verdronken Geschiedenis afgelopen zaterdag vast. Tegelijk kan Rottum tot een volwaardig Waddeneiland uitgroeien.

De waddengidsen zitten nog in een rouwproces: hun favoriete bestemming, Simonszand, is bezig in zee te verdwijnen. Aan de Noordzeekant van dit kleine onbewoonde eiland ten oosten van Schiermonnikoog waren de laatste 80 jaar duinen ontstaan, maar afgelopen winter zijn die weggespoeld. En er is een brede geul dwars over de plaat gesprongen die de weg van de vaste wal naar de plaat heeft afgesneden en twee kleinere zeegaten met elkaar verbindt. In januari was het nog een kleine nieuwe geul, zaterdag bij extreem laag tij was het een 200 meter brede geul.

Het eiland kalft snel af, terwijl de geul keihard groeit. Dat ervoeren de waddengidsen Menno de Leeuw en Tjibbe Stelwagen aan den lijve toen ze afgelopen weekend poolshoogte namen en te water raakten. Ze waren mee met een expeditie van de stichting Verdronken Geschiedenis die in het snel veranderende wad op zoek is naar resten van vroegere eilanden. Terwijl de historici over de resten van Simonszand liepen in de hoop nog overblijfselen aan te treffen van vroegere bewoners van eerdere eilanden, verkenden de gidsen de geul in de hoop een plek te vinden waar ze er met groepen doorheen kunnen. Maar dat lukte niet. Het was nog wel springtij en volle maan. De zon en de maan versterken dan elkaars kracht en op aarde krijg je dan extreme waterstanden. Maar zelfs het extra lage water bood hen geen ruimte om over te steken.

Koos de Vries, geoloog bij Medusa, een bureau voor bodemonderzoek, vertelt tijdens de expeditie dat we getuige zijn van een systeemverschuiving in het waddengebied. ‘We zeggen wel dat eilanden heen en weer zwaaien omdat ze aan de ene kant afkalven en aan de andere kant aangroeien, maar in feite zijn het de geulen die verschuiven. Het systeem van eilanden en geulpatronen kan jarenlang rustige doorgaan met opbouw en geleidelijke verplaatsingen. Vervolgens kan een storm een bepaalde doorbraak forceren waardoor ontwikkelingen in een klap een stuk sneller gaan. Geulen kunnen soms in een keer verspringen. Daar lijkt dit op.’
De zeegaten oostelijk en westelijk van Simonszand zijn stevige aan- en afvoerroutes voor water dat de Waddenzee instroomt. Beide hebben ze een eigen gebied waaraan ze water leveren – de kombergingsgebieden. Door de doorbraak worden nu twee stroomgebieden aan elkaar gekoppeld die eerder keurig naast   elkaar lagen. Dat gaat gepaard met een enorme dynamiek. Er zijn dus grote zandtransporten op gang gekomen die de Waddenzee nu ingrijpend veranderen.

‘Wat we nu zien is dat er tussen Schiermonnikoog en Rottumerplaat een groot zeegat lijkt te ontstaan’, duidt Albert Oost Waddengeomorfoloog bij Deltares en Fysische Geografie van de Universiteit Utrecht de bevindingen van de expeditie van afgelopen weekend. ‘Daarin zal Simonszand ten onder gaan. Vermoedelijk gaat dat nu snel gebeuren maar je weet het nooit helemaal zeker. In feite is dit het sluitstuk van een ontwikkeling van de Lauwers die we vanaf 1927 al zagen aankomen.’

Er ontstaat nu waarschijnlijk één groot zeegat van de Lauwers tussen Rottumerplaat en Schiermonnikoog. Daarin verdwijnt Simonszand maar gaat waarschijnlijk profiteren. De geul die de beide onbewoonde eilanden Rottumeroog en Rottumerplaat scheidt, het Schild, is al aan het dichtslibben. In 2008 op reportage naar Rottum liet Albert Oost al zien hoe water, zand en wind gedrieën keihard aan het werk zijn om met voor lekenogen verborgen wetmatigheden dagelijks massa’s water en zand te verplaatsen. De vaart waarmee Rottumeroog en Rottumerplaat naar elkaar toe groeien – en het Schild dichtslibt – verraste hem toen. Door de breuk bij Simonszand komt dat proces in een nog hogere versnelling, verwacht hij.

Als Rottumeroog en Rottumerplaat aan elkaar vastgroeien, kan de provincie Groningen de vlag uithangen omdat ze dan eindelijk ook weer een volwassen Waddeneiland op haar territorium heeft; een eiland met een kop en een staart en een lange duinboog als natuurlijke zeewering. Maar er blijft een belangrijk verschil met de Friese en Noord-Hollandse wadden: Rottum is een onbewoond eiland.

Albert Oost ziet een buitenkans opdoemen om de Nederlandse kustbescherming op een hoger plan te brengen. Want als de zeespiegel stijgt, kunnen de eilanden het vasteland in de luwte van de beukende golven houden. Hij wil moeder natuur daar best een handje bij helpen bijvoorbeeld door wat extra zand te brengen naar het Schild in de hoop dat de zee daarna zelf de groeiende ‘zandhonger’ van de Waddenzee gaat voeden door met elk tij meer zand mee te nemen het gebied in. De wetenschapper is benieuwd of hij de zee kan helpen om die zandmotor aan te zetten. ‘Daarvan kun je ontzettend veel leren voor het toekomstig kustonderhoud .’

Simonszand door midden

12 maart 201



Wadlopers verliezen favoriete bestemming 
Door Ineke Noordhoff  

Trouw, 12 maart voorpagina

Foto Henk Postma

De wadgidsen Tjibbe Stelwagen en Menno de Leeuw zitten zaterdagavond beteuterd aan de warme koffie in de kombuis van de Boschwad, het schip dat hen naar Simonszand bracht – een van de noordelijkste plekken van het land. De geulen oostelijk en westelijk van deze flinke zandplaat tussen Schiermonnikoog en Rottum zijn dwars door de zandplaat gebroken.Dat heeft zulke enorme krachten losgemaakt dat deze plaat voor wadlopers voortaan onbereikbaar is geworden en misschien wel helemaal in zee verdwijnt. Er komen enorme zandtransporten op gang die ook elders waddeneilanden ingrijpend kunnen veranderen.

Yvonne Nijlunsing van de stichting Verdronken Geschiedenis had de doorbraak afgelopen winter gezien. Ze werd er erg nieuwsgierig van: want misschien zijn in die nieuwe afgeslagen randen wel resten te vinden van het voormalige eiland Bosch – een eiland waar in 1717 volgens het geboorteregister nog kinderen werden geboren, maar wat daarna van de kaart verdween. Aan de hand van oude zeekaarten en kerktorens wist het genootschap te achterhalen waar Bosch in de 15 e eeuw lag, hoe het opschoof en waar het destijds in zee verdronk.

Gister was het extreem laag water en daarom een goed moment om een expeditie op touw te zetten. De Boschwad liet tegen drie uur een groep wetenschappers en waddengidsen van boord op het noordelijke deel van Simonszand. Met schepjes, boren en zakjes gaan de onderzoekers Simonszand te lijf, terwijl de gidsen de brandnieuwe geul monsteren ter voorbereiding op de oversteekpoging. Daarvoor wachtten ze op het allerlaagste tij – dat deze zaterdag dus uitzonderlijk laag was om het beste punt te kunnen uitzoeken om de geul te passeren. De schipper bleef voor de zekerheid in de buurt: zijn jarenlange ervaring heeft hem geleerd dat veranderingen op het wad snel kunnen gaan.

Tjibbe en Menno waren in september nog te voet vanaf de Groninger dijk naar de Noordzee gelopen; de laatste kilometers over het Simonszand. Tjibbe:‘We hebben er wel geslapen gewoon op een matje in de open lucht. Fantastisch. Niet alleen de plaat is leeg, ook het gebied rondom is verlaten, dat is zo bijzonder.’ Die laatste keer was Simonszand op zijn smalst nog altijd 300 meter breed. Simonszand is niet bebouwd maar het was een flinke plak zand dat ook bij hoogtij boven het water uitstak, aan de Noordzeezijde zelfs met een strook lage duintjes. Tot voor kort dan. Want gisteren konden de wetenschappers en gidsen met eigen ogen zien dat de duintjes helemaal zijn verdwenen. Simonszand is nog slechts een vlakke zandplaat die bij extreem hoogwater op een fractie na helemaal in zee verdwijnt.

De waddengidsen zochten een plek om de nieuwe geul te passeren – zoals ze na elke winter het wad aftasten op routemogelijkheden. Maar in dit geval bleek dat niet gemakkelijk want in enkele weken tijd was de doorbraak al uitgegroeid tot een 200 meter brede geul. Een eerste poging om de geul te

passeren. De schipper bleef voor de zekerheid in de buurt: zijn jarenlange ervaring heeft hem geleerd dat veranderingen op het wad snel kunnen gaan.

Tjibbe en Menno waren in september nog te voet vanaf de Groninger dijk naar de Noordzee gelopen; de laatste kilometers over het Simonszand. Tjibbe:‘We hebben er wel geslapen gewoon op een matje in de open lucht. Fantastisch. Niet alleen de plaat is leeg, ook het gebied rondom is verlaten, dat is zo bijzonder.’ Die laatste keer was Simonszand op zijn smalst nog altijd 300 meter breed. Simonszand is niet bebouwd maar het was een flinke plak zand dat ook bij hoogtij boven het water uitstak, aan de Noordzeezijde zelfs met een strook lage duintjes. Tot voor kort dan. Want gisteren konden de wetenschappers en gidsen met eigen ogen zien dat de duintjes helemaal zijn verdwenen. Simonszand is nog slechts een vlakke zandplaat die bij extreem hoogwater op een fractie na helemaal in zee verdwijnt.

De waddengidsen zochten een plek om de nieuwe geul te passeren – zoals ze na elke winter het wad aftasten op routemogelijkheden. Maar in dit geval bleek dat niet gemakkelijk want in enkele weken tijd was de doorbraak al uitgegroeid tot een 200 meter brede geul. Een eerste poging om de geul te passeren bij stilstaand tij mislukte: het werd te diep. De gidsen konden nauwelijks aanvaarden dat Simonszand voor hen verloren is door deze nieuwe dwarsverbinding, dus ze zochten op een andere plaats naar een oversteek. Alhoewel het pal na de kentering van het tij was – dan ligt het water normaal stil – stroomde het water in de nieuwe geul al met een rotvaart de Waddenzee uit richting Noordzee. Menno wilde terug, maar Tjibbe kon het nog niet loslaten, vertellen ze naderhand, veilig aan boord. Als je valt dan sleurt het water je zo mee naar Borkum, weten ze. Doorgaans zijn ze heel voorzichtig,  ‘Misschien kwam het ook omdat ik de boot dichtbij zag komen, dan durf je wat meer’, vergoeilijkt  Tjibbe achteraf zijn onfortuinlijke keuze. De gidsen hadden een lange stok bij zich, maar toch ging het mis. Tjibbe (1.70) stapte in een gat, raakte de bodem kwijt en werd meegesleurd. Gelukkig was de boot pal bij en konden helpende handen hem uit de stroom vissen en op het dek hijsen. Tjibbe: ‘Ik keek opzij en zag Menno hangen.’ Die had het schip net op eigen benen gehaald. Kantje boord was het. ‘En koud dat het water is!’

Met weer droge kleren aan kijken ze toe hoe de wetenschappers later hun zakken leeghalen en hun vondsten op tafel leggen: een oud stuk dakpan en een geel baksteentje maar of die van bebouwing op Bosch afkomstig zijn? De kans is groter dat het scheepsballast was. Ook de klontjes klei en veen lijken uit de ‘normale’ afzetting boven de Pleistocene laag; geen aangetoond spoor van een vroeger eiland dus. Terwijl de Boschwad wacht op hoogwater besluiten de expeditieleden dat deze dag toch belangrijke kennis oplevert: het eiland Simonszand is razendsnel aan het verdrinken. Gelukkig zijn de expeditieleden aan dat lot ontkomen. Terwijl hun schip onder de donker sterrenhemel naar Lauwersoog terugvaart, hebben ze tijd genoeg om dat te vieren.


001_NLV2QU_20120312_TRN01_00_orig Klik om de pdf te openen