In 1997 toen Ella Vogelaar bij de FNV vertrok, gaf ze slechts een interview. Ineke Noordhoff schreef voor Trouw:
Ella Vogelaar: Lodewijk de Waal speelde dubbelspel
AMSTERDAM – Ella Vogelaar was voorbestemd om Johan Stekelenburg op te volgen als voorzitter van de vakcentrale FNV. Maar ze wordt het niet. Ze kon de moed niet opbrengen om ’te knokken’ voor de hoogste baan in de vakcentrale FNV toen haar collega, Lodewijk de Waal, zich ontpopte als haar concurrent en hardop zei niet onder haar te willen werken. Vandaag komt het FNV-bestuur voor het eerst in nieuwe samenstelling bijeen.
Het federatiebestuur en voorzitter Stekelenburg deden niets met die opmerking die voor Vogelaar neerkwam op een oorlogssverklaring. Ook niet toen Vogelaar afgelopen zomer liet weten ‘Ik wil zo geen voorzitter worden’. Het nieuws werd in het belang van de organisatie stilgehouden. Met als gevolg dat de hulptroepen onwetend in hun kazernes bleven en het drama zich achter de coulissen voltrok.
Buitengewoon pijnlijk
“Laat een ding duidelijk zijn: Ik heb zelf die keuze gemaakt’, zegt ze tegen Trouw. Het is de eerste keer dat ze naar buiten treedt sinds bekend is dat ze geen voorzitter wordt. Ze wil geen zielige verhalen ophangen. Maar ze zegt ook: “Zoiets gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Het is een ingrijpend besluit. Na vijftien jaar vakbondswerk, dat zo abrupt afbreken. Dat is echt niet leuk. Dat is buitengewoon pijnlijk.’
Haar verhouding met de nieuwe voorzitter, Lodewijk de Waal, is zo slecht dat ze zich gedwongen zag ontslag te nemen toen duidelijk werd dat De Waal heel binnenkort de voorzittershamer overneemt. “Toen dacht ik: Als jij niet onder mij kunt werken, waarom zou dat andersom dan wel moeten kunnen?’
‘Ze zonden dubbele boodschappen uit’
“Ik heb absoluut geen zin om in de slachtofferrol gedrukt te worden. Maar er zitten twee kanten aan mijn besluit. Zeker, ik nam de beslissing zelf. Maar de organisatie speelt ook een rol.’ Dat is ook de reden dat Vogelaar openlijk praat over wat is gebeurd. “Vroeger was de verklaring waarom er zo weinig vrouwen in de top zitten ‘Die zijn er niet’. Nu is het ‘ze willen niet’. Nou, zo simpel is het dus niet. Bij de keuze die ik maak, speelt ook de werkwijze van de organisatie een rol. Dat hoop ik hiermee duidelijk te maken.’
Wat de organisatie fout deed? “Ze zeiden wel dat ze graag wilden dat ik voorzitter werd – na 100 jaar vakbeweging een vrouw aan de top – maar vervolgens hebben ze daar geen invulling aan gegeven. Ze zonden dubbele boodschappen uit.’
“Als je weet dat je op termijn voorzitter wordt, moet je daar naartoe werken. Dan moet je het met elkaar erover hebben wat dat betekent, welke stappen genomen moeten worden, hoe je dat gaat aanpakken. Niets van dat alles.’ “Hetzelfde geldt ten aanzien van De Waal. Die zond net zo’n dubbel signaal uit. Naar buiten stelde hij niet de ambitie te hebben voorzitter te worden. Maar in z’n gedrag toonde hij zich zeer ambitieus, waardoor hij zich vaak recht tegenover mij plaatste.’ Vinnig: “Het is natuurlijk ook wel heel erg politiek correct om te zeggen ‘Als er een vrouw is die het kan en wil, ben ik geen kandidaat.”
‘Ik ben vreselijk loyaal, maar er is een grens’
Ella Vogelaar heeft geen zin om te ‘zwartepieten’ over de vraag hoe het zo heeft kunnen lopen. Ze ontwijkt de vraag of ze de teamleider en voorzitter van de vakcentrale FNV, Johan Stekelenburg, verantwoordelijk houdt voor haar vertrek.
Ze is kritisch naar twee kanten – ook naar zichzelf. Dat maakt haar integer, maar ook kwetsbaar: ze wijst de ‘vijanden’ op haar eigen zwakke plekken. Zuinigjes zegt ze uiteindelijk: “Een teamleider hoort daarin wel een rol te spelen. Misschien heeft Johan dat te weinig gedaan.’
Maar: “Het kan best zijn dat er in mijn stijl van leidinggeven iets is dat ik moet veranderen. Ik wil dat niet uitsluiten. Als De Waal had gezegd ‘dit of dat aan je stijl bevalt me niet’ heb je een andere uitgangspositie. Dan heb je iets waarover je kunt praten, en waar je eventueel in kunt veranderen. Nu is er alleen dat statement. Daar is helemaal niet over doorgepraat. Daardoor is het zo zwaar geworden en kon het escaleren.’
Bekijk het maar
Vogelaar ging opzien tegen het voorzitterschap. Van de zes bestuurders zouden er al twee opstappen; Ieke van den Burg en Louis Groen. Als daar nog eens twee afhakers bij zouden komen ten tijde van haar benoeming, Stekelenburg en De Waal, werd het heel zwaar. “Vier van de zes nieuw. Dan zit je met je continuiteit.
“Laat er geen misverstand over bestaan: ik vind De Waal inhoudelijk echt een hele goeie bestuurder. En tot het moment dat hij zei ‘Ik wil niet onder jou werken’ had ik het idee dat we een redelijke werkrelatie hadden. We waren geen dikke vrienden, maar voor mij was het belangrijk dat hij de arbeidsvoorwaarden zou houden. Ik vond het echt heel vervelend dat dat blijkbaar dat niet kon.’
Het duurde nog een paar maanden voor Vogelaar echt ging denken ‘Bekijk het maar’. Ze sprak erover met een paar intimi. Wat vond haar partner? Kortaf: “Dat ik moest knokken’.
Allicht wilde ze
“Uiteindelijk is het een combinatie van dingen waardoor de zaken gaan zoals ze zijn gegaan. Het was het klimaat dat aan het ontstaan was, die groeiende concurrentie en mijn eigen ambivalentie.’ Met een wonderbaarlijke openheid vertelt ze over haar eigen aandeel. “Want die ambivalentie was er ook. Toen ik bij de vakcentrale kwam als vice-voorzitter, wist ik dat die vraag over het voorzitterschap aan de orde zou komen. En ook dat je daar niet zomaar omheen kunt. Ik zie mezelf als een product van de tweede feministische golf. Ik ga zulke vragen dus niet uit de weg. Maar ik had nou ook weer niet de tomeloze ambitie om op die stoel te komen. Dat had ik bij de Abop (onderwijsbond) wel. Toen moest en zou ik bewijzen dat ik het kon.’
In haar zelfkritiek vergeet ze bijna te vertellen dat ze natuurlijk wel ambitie had. Allicht wilde ze, ze vond het een opwindend idee dat voor het eerst een vrouw de centrale zou leiden. Haar moeder is vooral daarover woest “weer dat rolbevestigende he. Maar ze heeft ook respect voor mijn beslissing.’
Toen de vakcentrale de ondermijnende opmerking van De Waal liet zitten “heb ik niet met mijn vuist op tafel geslagen. Ik ben die knokpartij niet aangegaan.’ De sfeer ging drukken: “Het maakt je deels murw. Van de zomer heb ik daarom besloten ‘Hier heb ik geen zin meer in’. Kijk, ik ben zulke gevechten in het verleden vaak aangegaan. Daar zit een grens aan.’
‘De marge voor jezelf wordt toch kleiner’
Realistisch: “Er is natuurlijk ook een prijs die je moet betalen als je op zo’n hoge positie zit. Als voorzitter ben je het boegbeeld, een voorzitter moet altijd beschikbaar zijn. Het aantal uren dat je maakt verschilt misschien niet eens zoveel vergeleken met wat ik nu als vice-voorzitter draai. Maar je wordt nog meer een publiek persoon. De marge voor jezelf wordt toch kleiner.’
De ambivalentie had haar in september niet van het voorzitterschap af hoeven houden, zo wordt duidelijk tijdens het gesprek. Soms kost het formuleren haar moeite: “Het is nog zo vers.’ Het is een ingewikkeld verhaal waarin veel factoren een rol spelen. Ze wil de nuances rechtdoen. Ze denkt vaak lang na over een antwoord: haar onderkaak schuift bedachtzaam heen en weer. Geen voorbode van tranen, daarvoor is ze te professioneel. Maar ze verheelt niet dat ze geraakt is.
Het Parool schreef dat je niet op de persconferentie was uit angst voor een huilpartij. Lachend: “O ja?’ Was het zo? “Welnee, het kon uitlopen op een publieke confrontatie tussen De Waal en mij, dat wilden we niet. Actie wekt reactie, de een zegt wat, de ander reageert.’
Na de zomer had ze een besluit genomen. “Ik zie ervan af voorzitter te worden’, meldde ze het zeskoppige federatiebestuur in september. Ze bracht het als een feit. “Ik begrijp wel dat Johan zijn poging om me daarvan af te praten snel staakte. Ik heb mijn besluit met grote stelligheid gebracht’, reageert ze op de vraag of voorzitter Stekelenburg nog een reddingsboei uitwierp. Ze pareert de schuldvraag met kritiek op haar eigen opstelling: “Die stelligheid was misschien ook een soort zelfbescherming omdat ik er tweeslachtig over was. Om te voorkomen dat ze een beroep zouden doen op die andere kant van me, denk ik.’
Natuurlijk is ze ook kwaad
Kwaad was ze natuurlijk ook, en nog: “Natuurlijk is het een besluit met een grote lading. Het betekent wel dat er nu weer geen vrouw op die plek komt. Maar bij mij overheerste toch de idee: ‘Op deze manier doe ik het niet’. Ik ben vreselijk loyaal aan de vakbeweging, maar er is een grens.’
Vogelaar wil haar eigen rol niet mooier maken dan zij is. Die openheid maakt haar verhaal ingewikkeld. Ze is zich daarvan bewust: “Maar ik heb niet het gevoel dat ik daar ooit slechter van ben geworden.’ Als bestuurder staat ze bekend als uiterst professioneel en effectief. Maar toen voor de machtsstrijd om de top van de vakcentrale de spelregels bleken te gelden uit de mannenwereld, weigerde ze mee te doen. “Je kunt je natuurlijk aanpassen, maar dan is het de vraag of dat de samenleving zoveel aangenamer maakt.’
Zocht ze geen bondgenoten? “Ja, dat is misschien wel een zwak punt. Misschien deed ik het te veel in mijn eentje. Ik ben wel een binnenvetter’, antwoordt ze volgens het inmiddels bekende recept: eerst kijken naar je eigen aandeel.
De organisatie was doof
Maar dan komt toch ook het andere verhaal: ze gaf wel signalen. De organisatie toonde zich doof. “Ik heb meermalen aandacht gevraagd voor de onderlinge verhoudingen. Ik vond dat we meer moesten doen aan het opbouwen van teamgeest.’ De medebestuurders deden er niets mee. Vogelaar ziet wel waarom: “Er heerst bij de vakbeweging toch heel erg een vechtcultuur. Die is meer naar buiten gericht. Rondom de inhoud van het beleid is er enorm veel in verandering. Daar zijn we heel ver mee. Maar als het gaat om meer naar binnen gerichte zaken, blijkt dat toch heel moeilijk. Voor je dat aan de orde kunt stellen, kom je enorm veel drempels tegen. Als het over de eigen cultuur gaat, wordt er snel het etiket ‘soft’ op geplakt. Daar iets in veranderen is ontzettend lastig.’
Om krachtig te vervolgen: “Nou ja, als je kijkt naar het bedrijfsleven, daar heeft het functioneren van mensen al lang een hoge prioriteit. Daar zijn zaken als human resource management ingeburgerd. Bij de vakbeweging doen ze dat nog steeds af als iets ‘softs’ uit de jaren zeventig. Op dat gebied hebben we nog een inhaalslag te plegen.’
Wie heeft ons iets te leren?
“Bij de bonden zie je inmiddels wel al externe adviseurs optreden op dat gebied. Bij de vakcentrale niet. Ik heb dat wel geprobeerd maar er heerst enorme scepsis over het binnenhalen van mensen van buiten. De instelling is toch een beetje ‘Wie heeft ons iets te leren?’.’ Dat verandert wel “een beetje’ nuanceert ze onmiddellijk.
Het bestuur wilde haar ‘nee’ binnenskamers houden. “En ik ging daarmee akkoord. Dat leek beter voor de organisatie. Ik heb toen wel gezegd dat dit ook betekende dat ik zou gaan uitkijken naar iets anders. Ik dacht daar een tot anderhalf jaar voor te hebben.’ In een interview in november met Nieuwe Revu liet ze expres ‘boven de markt hangen’ of ze het voorzitterschap ambieerde. De lobby pro-Ella bleef dus in ruste.
“Afgelopen maand kwam de zaak in een stroomversnelling toen uitlekte dat Johan in de race was voor het burgemeesterschap van Tilburg. Hij vond het in die situatie niet goed zich eind mei opnieuw verkiesbaar te stellen’, schetst ze de naderende finale. “Toen kwam dus heel scherp de vraag naar voren of ik vice-voorzitter wilde zijn onder De Waal. Ik vond het ontzettend confronterend. De Waal had duidelijk gesteld dat hij niet onder mij wilde werken, en nu de rollen omdraaiden vond hij het geen probleem als ik vice-voorzitter bleef. Dat wil er dus bij mij niet in. Ik heb toen aan de orde gesteld dat dat iets met de man/vrouw-relatie te maken heeft. In feite zegt hij ‘Als ik de lakens uit mag delen heb ik met jou geen probleem, als jij de lakens uitdeelt wel’.’
Compassie keerde zich tegen haar
Ze besloot met Johan te vertrekken, waarmee de ‘vuile was’ alsnog aan de lijn wappert. Ze is ontgoocheld over de afloop. Haar zwijgzaamheid uit compassie met de vakcentrale keerde zich tegen haar persoonlijk. “Dat niet naar buiten brengen blijkt achteraf cruciaal.’ Vogelaar vertelde niet dat de macho-cultuur en het machtswoord van De Waal haar van de voorzittersstoel afhielden.
De vijand kreeg ruim baan om met haar verhaal op de loop te gaan. Er kwamen ‘geruchten’: ze zou onvoldoende steun hebben bij de bonden, Vogelaars taken waren ‘marginaal’, ze kon zich niet handhaven, schoot bokken in de publiciteit en nog veel meer diskwalificaties werden over haar heen gestort.
Snel rare etiketten geplakt
“Dat soort reacties heeft me enorm verbaasd. Ik ben helemaal niet ‘matig’ en dat ik niet genoeg steun zou hebben is echt onzin, ik had echt brede steun. In dat soort verhalen herken ik mezelf niet. Wat ik terug krijg is dat ik een zeer capabele bestuurder ben. Het is heel gek om in zo’n proces te zitten en dan te zien hoe snel er zulke rare etiketten worden geplakt. Maar mijn zelfvertrouwen is groot genoeg om te weten dat ik het had gekund. Daar hoef ik gelukkig niet meer aan te twijfelen’, klinkt het ferm.
Voor Vogelaar is dit gesprek zeer onwennig. Ze was altijd door en door loyaal aan de vakbeweging. Beschroomd verklaart ze waarom ze haar verhaal niet nog een periode ‘onder de mat’ heeft gehouden: “Voor mij geldt als rode draad in dit verhaal dat het zichtbaar maakt waarom het voor vrouwen minder gemakkelijk is in hoge posities te komen. Dat zijn dus heel ingewikkelde processen. Ik hoop dat mijn verhaal nog een rol kan spelen als katalysator voor veranderingen.’
Je hebt de kans niet gegrepen
“Dat kan dus niet als mijn verhaal wordt gereduceerd tot een simpele constatering ‘o weer een vrouw die niet doorzet’. Kijk zo zit het dus niet.’ Strijdbaar: “Vroeger was het verhaal waarom er zo weinig vrouwen in de top zitten ‘Die zijn er niet’, nu is het ‘ze willen niet’. Ik krijg te horen ‘Jij stond voor open doel, je hebt de kans niet gegrepen’. Nou, zo simpel is het dus niet. Bij de keuze die ik maak, speelt ook de werkwijze van de organisatie een rol. Dat hoop ik hiermee duidelijk te maken.’
Over haar toekomst maakt ze zich geen zorgen. “Het zal wel lukken’, meent ze. “In een radiocolumn is gesuggereerd dat ik dan maar burgemeester moet worden van Tilburg in plaats van Johan. Daar moest ik wel om lachen.’