Essay voor de provincie Drenthe als inleiding bij een inspiratieboek.
Leven met de giften van de aarde
Het Drentse landschap is een staalkaart van de geschiedenis. Van elke tijdsperiode, tot aan de ijstijden toe, zijn glimpen op te vangen. Door grote veranderingen die op stapel staan, zoals de omslag naar duurzame energie, verstedelijking en landbouwhervormingen, zal het landschap van Drenthe de komende jaren een metamorfose ondergaan. Essayist Ineke Noordhoff roept op om hierbij uiterst respectvol met de vele tijdslagen om te gaan. ‘Wie kennis heeft van het verleden, gebruikt het als inspiratiebron voor de opgaven van morgen.’
De Grand Canyon is een kloof in de aardkorst van de Amerikaanse staat Arizona. Tijdens een vakantie daalde ik met parkwachter Wayne Ranney anderhalve kilometer naar de bodem en maakte zo een tijdreis van miljoenen jaren. Telkens als het gesteente veranderde van kleur of textuur, pakte mijn gids zijn kaart met tijdlijn en liet zien wanneer dit gesteente aan het oppervlak lag en hoe het landschap er toen uitzag.
In Drenthe hoef je niet af te dalen in een kilometersdiepe canyon om in de krochten van de geschiedenis te kijken. Herinneringen aan de landschappen van weleer liggen hier voor het oprapen. In feite is Drenthe één groot aardkundig monument, een boekenkast met vele planken, rijk gevuld door de tijd. De Drentse aardkorst is in de loop der tijd opgeduwd, weggeschoven, uitgespoeld of anderszins door elkaar gehusseld. Met als wonderbaarlijk gevolg dat relicten van verschillende (ijs)tijden open en bloot aan het oppervlak liggen. Op sommige plaatsen glimt het turbulente verleden je letterlijk tegemoet. Glinsterend zand, door meters ijs en gesteente vermorzeld tot korrels zó fijn dat het ‘poesjeszand’ genoemd wordt, afgewisseld met grove stenen en fijn keileem – kriskras gelaagd in het ritme van de vroegere geulen die het ijswater afvoerden.
Wat ik ook tijdens mijn reis door Arizona vond: een fantastisch boek over gesteenten en landschappen langs de snelweg, met de klare titel Roadside Geology Arizona. Rijdend over de Interstate 40, lezen automobilisten bij elke afslag over de herkomst van de gesteenten waar ze over en langs rijden. De boodschap van het boek is eenvoudig: kijk uit je autoraam en open je ogen voor magnifieke aardeverhalen. In Drenthe zijn we met de ‘Hunebed Highway’ een vergelijkbare route ingeslagen. Langs de eeuwenoude weg tussen Coevorden en Zuidlaren liggen landschappen en aardkundige schatten te pronken. Ze verleiden automobilisten om halt te houden.
Wat voor fraais zou een plek krijgen in een Drentse editie van Roadside Geology? Om te beginnen de Hondsrug, een welving uit de ijstijd die pontificaal in het landschap ligt en waar beken zich kronkelend tegenaan vlijen. Tussen de vele veentjes zijn honderden ruïnes van ijsheuvels – pingo’s – te herkennen. Ons boek – laten we ‘m de ‘Drentse tijdkaart’ noemen – attendeert bezoekers op plekken waar het zand voelt als fluweel, waar roodachtig keileem aan het oppervlak ligt of vuurstenen in het zand verscholen liggen. Natuurlijk staan de grote Drentse keien op de kaart: door het ijs hierheen gesleept, met krassen als geheim verslag van hun route.
Daarnaast de bomen die over duizenden jaren zijn vergaan tot turf en nog eens miljoenen jaren later samengeperst tot steenkool. De Drentse turf is in de laatste twee eeuwen bijna allemaal geoogst en in rook opgegaan. Gelukkig hielden we aan die exploitatie een dicht netwerk van kanalen over. De hoofdwegen waarlangs de schuiten hun destijds kostbare turf wegbrachten zijn nu routes voor plezierjachten. De trekpaden erlangs zijn fietsroutes, de auto’s veilig aan de andere kant van het kanaal. Zo blijft de geschiedenis zichtbaar, en weeft het moderne leven zich erdoorheen.
De tijdkaart schetst ook de basis voor het verhaal van de menselijke bewoning – de aardkorst zit vol kerven, gaten, geulen en bulten ten gevolge van menselijke activiteiten. Duizenden jaren geleden al leefden de bewoners met de giften van de aarde en benutten ze de incidenteel opduikende enorme keien. De stenen zijn zo zwaar dat mensen tot in de negentiende eeuw dachten dat alleen reuzen of de duivel ze van hun plaats konden krijgen. Maar daarmee onderschatten ze de slimheid van hun voorgangers. De hunebedbouwers kozen de locaties van hun graven zorgvuldig. De grafheuvels werden ontmoetingsplaatsen langs doorgaande routes met opborrelend koel grondwater ernaast, vers uit een vroegere ijstijd, veilig bewaard in de bodem, vele malen gefilterd door een natuurlijke zeef en zo schoon dat zelfs de meest kieskeurige orchideeën erop gedijen.
Juist de hunebedden zijn de pars pro toto geworden voor het Drenthegevoel: al vele eeuwen lang de rust van de dunst bevolkte provincie van Nederland. De stenen zijn goed geproportioneerd om vanuit een autoraam waar te nemen – maar oneindig veel mooier als je er naartoe wandelt en de stilte van die oeroude stenen tot je laat doordringen.
Dat het landschap verandert komt in de recente geschiedenis vooral omdat ons leven verandert. Nu die veranderingen zich opstapelen en zich in hoog temp afspelen, is het van belang om de tijdlagen in het landschap scherp voor ogen te hebben. De Drentse tijdkaart wordt een cruciaal document nu op vele fronten ingrijpende transities op stapel staan. Denk aan de klimaatverandering die het aantal regenbuien gevaarlijk opzweept en de zee omhoog stuwt, het beperken van de uitstoot van CO2 (bijvoorbeeld door van het gas af te gaan), het oplossen van de woningbouwopgave (met als gevolg uitdijende steden en krimpende dorpen) en transities in de landbouw, om de sector duurzaam en natuurinclusief te maken.
Hoe bieden we ruimte aan deze veranderingen en houden we tegelijkertijd de structuur van het Drentse landschap in leven? Het landschap is immers van onze voorouders en van onze nakomelingen. Via het filter van onze eigen tijd en onze prioriteiten loodsen we het door naar de toekomst. Net als bij familie zijn banden en verbanden wezenlijk. Bij de geboorte van een nieuwe generatie pakken we eigen babyfoto’s en zoeken we naar gelijkenis. We hoeven natuurlijk niet alle fotoalbums te bewaren en zeker niet alle mappen vol digitale beelden van ons huidige bestaan, maar die ene foto van je betovergrootouders laat je digitaliseren of je stopt hem in een beschermend hoesje. Voor je nakomelingen, zodat zij weten wie hun ouders, grootouders, overgrootouders en betovergrootouders waren. Misschien doe je het ook voor jezelf, want met die zorgvuldige koestering van wat er was verleng je je horizon tot voorbij je eigen vervaldatum.
Van wie het landschap letterlijk is, verandert met het verstrijken van de tijd. Eeuwenlang bepaalden de dorpelingen in Drenthe samen wie een paar wagens zand mocht ‘oogsten’. De gelukkigen moesten als tegenprestatie meestal de gemeenschappelijke weg begaanbaar houden. De hei, te schraal om iets op te verbouwen, beheerden ze collectief: een herder nam alle schapen van het dorp onder zijn hoede. Door samen op te trekken zorgden de markegenoten dat ze het maximale uit de bodem haalden. Maar halverwege de negentiende eeuw werden de gemeenschappen opzij geschoven. De regering dwong Drenthe om de hei te privatiseren en te ontginnen. Toen dat een eeuw later bijna was volbracht, waren de inzichten veranderd. De laatst overgebleven percelen heide kwamen te boek te staan als ‘ongerepte natuur’. Het werden gebieden die van overheidswege bescherming kregen vanwege hun cultuurhistorische en natuurlijke waarde. Nu is de meeste heide in bezit van natuurorganisaties en pleit de regering voor ‘mede-eigenaarschap van de burgers’. Het perspectief kan dus snel en diametraal kantelen.
Drenthe is niet voor niets voor stedelingen bijna synoniem met natuur. Drie grote gebieden (Drentsche Aa, Dwingelderveld, Drents-Friese Wold) hebben het landelijke predicaat ‘nationaal park’. Er zijn veel meer gebieden waar bomen, beken, heide of veen beeldbepalend zijn gebleven omdat de vooruitgang hier net wat langzamer ging. Kwaliteiten die elders verdwenen zijn om ruimte te maken voor de mens, bleven hier overeind. In onze tijdkaart verdienen alle natuurgebieden langs de route een vermelding. Niet om doorheen te rijden, maar om aan de rand te parkeren en te voet te verkennen.
Veel stadsmensen strijken tegenwoordig in Drenthe neer om te genieten van het landschap. De combinatie van aarde, stilte, natuur en de relicten van eerdere bewoning helpen om het bestaan te relativeren. De ene bezoeker floreert bij het ruige landschap en het ‘oergevoel’ uit de steentijd, de ander sluit liever aan bij het romantische landschap van het eeuwenoude esdorp – een ruime groene brink met boerderijen eromheen, de romano-gotische kerk waar velen getrouwd zijn of afscheid van het leven namen, de klinkerweg naar de open es met zijn wuivende graan, het pad naar de beeklanden langs de boomwal en dan het stroompje koel kabbelend water. Stedelingen gebruiken Drenthe om een beetje te bekomen van hun jachtige leven.
Ze genieten ook van de bossen die een eeuw geleden werden aangeplant om snel mijnhout te leveren. Ze zijn blijven staan omdat het gas onze huizen ging verwarmen – nu vormen ze een groene omlijsting, met de koelte van de bosbodem en het geuren van de naalden. Op de tijdkaart zou ik graag lezen van wie deze bossen zijn. De meesten zijn openbaar toegankelijk, want wie een fiscale tegemoetkoming voor het beheer wil, moet het hek openen. Iedere bezitter heeft eigen voorkeuren en maakt eigen keuzes: waar de ene boseigenaar zich laat leiden door het verleden, richt de ander zijn blik vooruit. Daarmee brengt dit particuliere bezit ‘menselijke diversiteit’ in de Drentse natuur.
De Drentse tijdkaart heeft ook witte vlakken. Daar kun je rustig even in gesprek gaan met je reisgenoot. Alles uit het verleden is hier ondergeschoffeld, opzijgedrukt of weggehaald – de modernisering heeft ook in Drenthe offers gevraagd. Er zijn esdorpen verdwenen, andere zijn aangetast door de vooruitgang. Auto’s die lawaaiig hobbelend door het dorp snellen of blijven staan op de brink waar de schapen plaats maakten voor parkeerhavens. Nieuwbouwwijken benemen het zicht op de kerk en de autowegen over de essen kregen een standaardprofiel van sloten en bomen erlangs, omdat wegbeheerders niet altijd beseffen dat op een dergelijke open zandkop het water zonder menselijke ingrepen vanzelf de bodem in zijgt.
Je kunt het je haast niet voorstellen, maar de Beilerstroom was ooit een gaver beekdallandschap dan de Drentsche Aa. Waar ooit de stroom meanderde is amper een sloot meer te zien, het land is efficiënt ingericht voor een optimale bedrijfsvoering. Je rijdt er tussen eindeloze aardappelvelden en kilometers lelies. Mooi voor de portemonnee van de particuliere ondernemer, maar eerdere tijdlagen, waar bewoners en passanten van genoten, zijn uitgegumd.
De ruilverkavelingen van na de Tweede Wereldoorlog dienden de ‘vooruitgang’. Machines deden voor het eerst alle werk, de menselijke maat verdween. Het oude landschap raakte ondergesneeuwd, inclusief de herinneringen aan andere tijden. Kilometerblok na kilometerblok ging door de ruilverkavelingsmolen tot het land overal op dezelfde manier was rechtgetrokken. Zo sloeg de naoorlogse vooruitgangsperiode gaten in ons collectieve geheugen – een paar boekenplanken met oude werken werden rücksichtslos op de vuilnishoop gestort.
In de Drentsche Aa stagneerde de ruilverkaveling. Het was geen bijster vruchtbaar gebied en er woonden niet al te veel mensen – het was het laatste stuk Nederland dat verkaveld zou worden. Zóu, want er kwam tegengas. Nu zijn we blij met de toenmalige strijd want het Drentsche Aa-gebied is niet van de kaart geveegd. Daarom kun je er nog verschillende perioden uit onze geschiedenis ervaren.
De ruilverkavelingen laten evenwel zien hoe kort de houdbaarheid van beleidsvisies is. Na de mechanisering van de landbouw en operatie om het land daarvoor geschikt te maken, zijn we gedane ingrepen weer aan het terugdraaien. We verschralen de eerder in cultuur gebrachte landbouwgrond, leggen er wat plaggen hei op en vragen moeder natuur om het oude bodemproces te hernemen. We helpen de natuurlijke processen opnieuw op gang door er ruimte voor te maken. Maar dat herstel kost tijd – vaak tientallen jaren. En niet alles laat zich terugroepen. Grafheuvels of karrensporen kun je niet ‘opnieuw laten ontstaan’, zoals dat met planten soms nog wel lukt.
Dan de Drentse steden. Coevorden, het startpunt van de ‘Hunebed Highway’, is veel ouder dan bijvoorbeeld Amsterdam. Duizend jaar geleden was dit een belangrijke stad aan de oude weg van Groningen naar Munster. Resten van een toenmalig verdedigingsbolwerk getuigen daarvan. In de recente geschiedenis nam Emmen het stokje over, een stad met een zeer oude historie, die vooral groeide door de industrialisatie in de twintigste eeuw. De Europese geschiedenis zie je terug in de bevolkingsopbouw van de ruim opgezette nieuwbouwwijken: na de lichting Portugezen kwamen de Joegoslaven en andere Oost-Europeanen.
Emmen is de grootste plaats van Drenthe en al is er geen historisch centrum met statige huizen, onder meer het nieuwe Raadhuisplein maakt het tot een stad van formaat.
De meeste tijdlagen vind je in Assen – al bleef de hoofdstad van Drenthe lang een kleine plaats. Er is een oud klooster, singels met zeventiende-eeuwse gebouwen waar in de achttiende eeuw welgestelde lieden uit de provincie naartoe trokken. De grote groei kwam de laatste eeuw in woonwijken daaromheen. Net als in het buitengebied eiste de vooruitgang hier haar tol: grachten in het centrum werden gedempt om auto’s de ruimte te geven. Het stadshart kreeg in de vorige eeuw een armoedige uitstraling. Gelukkig kwam er een ‘hersteloperatie’ en stroomt het water weer door het centrum. Assen heeft de recente verandering te danken aan de koestering van de rijke Drentse historie. Op de resten van het twaalfde-eeuwse klooster ontwierp architect Erick van Egeraat een moderne vleugel voor het Drents Museum. Mede door de hernieuwde loop naar het museum zijn de gaten in het centrum van Assen langzaam weer opgevuld.
In de oude vleugels koestert het museum de Drentse wortels: het meisje van Yde ligt er gaaf bij in de afdeling waar de oer-Drent tot leven wordt gewekt. Archeologen en amateurhistorici hebben monnikenwerk verricht door honderdduizenden (vuur)stenen van de Drentse bodem op te rapen, te dateren en bewaren. Van de tienduizenden artefacten uit lang vervlogen tijden, kregen de mooiste in het museum een plek.
Zoals de erfenis van je leven meer is dan geld, is ons landschap meer dan economie. Afgelopen eeuwen zijn er grote transities geweest in hoe we wonen en ons verplaatsen en dat leidde tot ingrijpende veranderingen in onze leefomgeving. Inmiddels zitten we in een volgend hoofdstuk. Voor een duurzaam leven met fossielvrije energie hebben we andere huizen nodig. Verkeersstromen verschuiven, nieuwe producten en diensten komen eraan. En het landschap zal opnieuw stevig op de schop gaan.
Laat dat alsjeblieft gebeuren met respect voor wat er is. Soms past dat wonderwel: de vele plensbuien hebben bijvoorbeeld oude beekdalen een tweede leven gegeven. De madelanden, te schraal voor moderne boeren, spelen nu een rol als ‘spons’ om het vele regenwater te bergen. Het landschap veranderen is een stuk lastiger als er veel mensen bij betrokken zijn. Neem de veranderende woonwensen: eigentijdse mensen verkiezen in meerderheid de stad boven het platteland. Dat heeft grote weerslag op de omgeving: steden dijen uit, dorpen krimpen. Wanneer burgers hun dagelijkse menu serieus gaan afstemmen op hun ecologische voetafdruk, heeft dat immense gevolgen voor de landbouwsector. Ook de energietransitie stelt ons voor grote uitdagingen, want een rij hoge windmolens camoufleer je niet meer met een bomenrij. De komende turbulente tijd zal oude lagen in het landschap naar het leven staan. Moderne architecten kunnen prachtige energieneutrale gebouwen ontwerpen die verwijzen naar vroeger en aarden in het heden. Maar wat gebeurt er als alle huizen in een dorp een make-over krijgen? Hoeveel vernieuwing kan een dorp aan zonder zijn karakter kwijt te raken?
Het zijn de vele tijdlagen die Drenthe zijn bijzondere karakter geven. Verstedelijking, schone energie en klimaatverandering gaan onze leefomgeving ingrijpend hertekenen. Hoe houden we oude tijdlagen en structuren zichtbaar, geven we tegelijkertijd ruimte aan vernieuwing en voegen we tevens nieuwe hoofdstukken toe? Misschien is het als de geboorte van een volgende generatie: je vermeldt de naam van de ouders op het kaartje en grootouders zorgen dat ze de oude familiefoto’s onder handbereik hebben.
Het bord met ‘Hunebed Highway’ is als een geboortekaartje. Hoe ziet het rijk gelaagde verleden van Drenthe eruit? Waar staan de rijk gevulde boekenplanken en kun je de tijd door je vingers voelen? Wie kennis heeft van het verleden kan dat gebruiken als inspiratiebron en tot startpunt maken voor de opgaven van morgen. De Drentse tijdkaart – of misschien krijgt het de vorm van een app – helpt je op weg. Het begint bij onze verre voorouders en loopt door tot onze nakomelingen: voor alle generaties is plek. Want een hele episode wegvagen, zoals we in de vorige eeuw soms min of meer per ongeluk deden, dat mag in deze turbulente tijd niet meer gebeuren. Dat is letterlijk uit de tijd.